
Het prille begin
Geert groeide op in het groen — letterlijk. Vanaf zijn 16de zat hij in de groensector: een studie tuinbouw, een leercontract bij een bloemen- en plantenteler, een job in de bloemenwinkel, de legerdienst, werken bij de groendiensten van stad Menen en Wervik. En uiteindelijk meer dan 15 jaar bij tuinbouwbedrijf Fournier in Menen, waar hij uitgroeide tot de vaste waarde en rechterhand van zijn baas.
Totdat ex-collega Bruno hem warm maakte voor Veerkracht 4. Bruno kende Geert van bij Fournier, hij wist wat Geert kon en wie hij was — en zag in hem de ideale werkbegeleider. Dus deed Geert op een voormiddag zijn testen en had hij een gesprek met het toenmalig bestuur. In de namiddag had hij al een antwoord: de job was voor hem, als hij dat wou.
“Ik was al meer dan 15 jaar
bij die tuinman. Het was niet simpel om hem te gaan vertellen dat ik wegging.
Hij kon er niet mee lachen Maar uiteindelijk heb ik er in een goeie
verstandhouding kunnen vertrekken.”
Hij startte op 14 februari 2005 in Veerkracht 4. Valentijnsdag. Niet toevallig de dag van de liefde: die liefde voor zijn job is er bij Geert na al die jaren nog altijd.
Mensen een tweede kans geven
Geert koos niet zomaar voor Veerkracht 4. Er was goeie reden voor. Hij zag al lang hoe gasten die in het groen werkten voor Veerkracht 4 scheef werden bekeken door mensen in de regio Menen. Alsof ze minder waard waren. En daar had hij het moeilijk mee.
“Die gasten werden zo slecht bekeken. Ik wou bewijzen dat er, als je goede ondersteuning geeft, heel veel mogelijk is."
Geert gelooft in tweede kansen, soms zelfs in een derde
of een vierde. Hij gelooft ook dat mensen vaak meer kunnen dan wat anderen van
hen verwachten. Dat het verschil altijd zit in één iemand die wél in hen gelooft.
Iemand die begrip wil tonen, geduld heeft en waar nodig helpt met kleine
aanpassingen of verduidelijkingen.
Vele jaren later kijken mensen niet meer neer op onze mensen en daar is Geert enorm trots op. Maatwerkers van Veerkracht 4 worden vandaag gewaardeerd voor wat ze doen — in het groen, de verharding, de wasserij, de schoonmaak. Ze worden niet meer scheef bekeken. Wel (h)erkend en gerespecteerd. Door leidinggevenden, opdrachtgevers, door gemeentebesturen, door iedereen die hun werk van dichtbij ziet. En nog belangrijker: onze mensen zijn ook trots op zichzelf en hun werk.
Dat is mede zijn verdienste. Al zal hij dat zelf nooit zo zeggen.
Een nieuwe wereld, een nieuwe start
De stap van de privésector naar een maatwerkbedrijf bleek wel groter dan hij had verwacht. Ander materiaal, een andere aanpak, een andere kijk op mensen. Alles vroeg een aanpassing.
“Het eerste jaar heb ik echt miserie gehad,” zegt Geert eerlijk. “Ik kon niet meer eten, ik kreeg geen boterham meer door mijn keel van de zenuwen — zo groot was het verschil met de privé.” De medewerkers waren in het begin erg argwanend. Hij werd uitgebreid getest om te zien hoe ver ze konden gaan. Maar Geert beet door en hield vol.
Zijn eerste grote verantwoordelijkheid: een groep van zestien man aansturen. Alleen. Zorgen voor de planning, het werk, de uitvoering van de opdrachten. Met veel minder materiaal dan in de privésector en met oud materiaal dat al jaren meeging. Zo werkte zijn kettingzaag al niet meer op de eerste dag.
Hij leerde zijn plan trekken, creatief zijn, mensen aansturen en hij leerde ook omgaan met het anders zijn van deze job.
“In de privé ligt de druk veel hoger, het tempo ligt veel hoger. Ik moest er mee leren omgaan dat niet alles zo snel gaat, dat mensen tijd nodig hebben, dat ik heel veel moet herhalen, dat er tijd en ruimte moet gemaakt worden voor de problemen van de maatwerkers en om naar hen te luisteren. Gelukkig is er ook altijd een sociale dienst die ons – maatwerkcoaches – hierbij ondersteunt."
Iedereen uniek
Als maatwerkcoach leerde Geert wat leidinggeven écht vraagt: niet te mild zijn, maar ook niet te hard. Begrijpen. Herhalen. En nog eens herhalen — zonder de moed te verliezen. Want elke medewerker draagt zijn eigen verhaal mee, en dat vraagt geduld, inzicht en waar nodig een vleugje humor.
Hij werkte met mensen met psychische kwetsbaarheden, met verslavingen, met een verleden dat hen niet loslaat. Hij leerde omgaan met agressie, met verdriet en pijn, met kleine doorbraken die groot voelden. Geen twee mensen zijn gelijk en iedereen heeft zijn rugzak, Geert weet dat als geen ander.
Want hij heeft zelf ook een rugzak gedragen. En net dat maakte hem tot wie hij is: iemand die zich kan inleven, die niet oordeelt, en die weet dat één uitgestoken hand een mensenleven kan keren.
“Iedereen moet je uniek
behandelen. Een goeie portie mensenkennis maakt het mogelijk om met kleine
aanpassingen mensen aan het werk te houden en te doen groeien."
De basis van dat alles? Wederzijds respect. Geert verwacht inzet en betrokkenheid — en geeft dat zelf dubbel en dik terug. Hij is zelden ziek en is er altijd voor zijn mensen. Zijn collega’s en maatwerkers voelen dat. Ze kennen hem, vertrouwen en waarderen hem en erkennen zijn kennis en ervaring. Ze weten wat hij van hen verwacht en weten dat hij streng en rechtvaardig is. Het werk mag met leute worden gedaan, maar het moet wel goed worden gedaan. Zodat de klant tevreden is en iedereen trots naar het geleverde werk kan kijken.
“Het zal niet goed zijn, wi,
van Geertje”, hoor ik iemand wel eens zeggen als ik langsga voor een controle.
En als ze het dan opnieuw moeten doen: “Kant gezeid, hé, dat nie wel ging
zijn!” Achja, dan zuchten ze eens, maar ze gaan wel terug om het in orde te
brengen. Omdat ze weten dat ik het niet doe om hen te pesten, maar omdat het werk
in orde moet zijn.
Veerkracht 4 van toen
Wie denkt dat Veerkracht 4 altijd deed wat het vandaag doet, heeft het mis. Geert herinnert zich nog dat Veerkracht 4 een overkoepeling was van enkele sociale initiatieven in Menen, zoals het buurtrestaurant Buurthuis en vzw Goed Wonen en Werken, toen allemaal gevestigd in de het buurtcentrum Help U zelve in de Kazernestraat in Menen.
Het Buurthuis was een plek waar mensen terecht konden voor een betaalbare maaltijd én voor verbinding. Onder de vzw Goed Wonen en Werken vielen de renovatie-, metsel- en bouwwerken en projecten om historisch erfgoed te herwaarderen. Geert legde zelf klinkers, werkte mee aan renovaties en hielp een hele speelkoer aanleggen voor een school.
Waar hij echt plezante herinneringen aan heeft, zijn de buurtreizen. Via een uniek spaarsysteem in het buurtrestaurant bouwden bestuur, medewerkers én klanten samen een potje op. Elk jaar werd dat gebruikt voor een gezamenlijke reis en iedereen die mee wou, mocht mee.
En dan
waren er nog de buurtfeesten, georganiseerd om wonen en leven in wijk Menen-Centrum
wat warmer te maken en om mensen met elkaar in contact te brengen. Er waren spelletjes,
optredens, een barbecue, straatanimatie. Geert denkt er met veel plezier aan
terug. Het waren momenten waar groot en klein van genoot.
"De
klanten die kwamen eten in het buurtrestaurant steunden met een extraatje. En
dan deden we daar in mei een reis mee. Zo kon ik ook heel goedkoop mee naar
Turkije en Montenegro — reizen die ik anders zeker nooit had kunnen
betalen."
Trots op wat groeit en op wie er groeit
Zijn trots? Elke (binnen)tuin die hij zelf mocht aanleggen, van plan tot laatste plant. De Mirom-locaties, de schoolspeelplaats vol klinkers, de binnentuin van Ceres. “Als je vandaag gaat voor onderhoud van het groen,” zegt hij met een lach, “dan ligt het een paar dagen effen en proper. Maar drie weken later zie je het niet meer. Wanneer je iets mag ontwerpen en aanleggen is dat iets dat blijvend een verschil maakt en daar ben ik trots op.”
Maar zijn grootste trots gaat niet over bloemen of planten. Die gaat over mensen. Over de medewerker die twijfelde aan zichzelf en doorstroomde naar een reguliere job. Over de medewerker met autisme die gewoon zichzelf kan zijn en de dingen mag doen op zijn manier. Over de ploegen die jaar na jaar beter werden. Over het feit dat Veerkracht 4 vandaag staat voor kwaliteit — en dat iedereen dat weet.
Geert wil ook volop blijven inzetten op het behouden van werk voor mensen — en op het binnenhalen van nieuwe opdrachten. Want Veerkracht 4 blijft bestaan als er werk is. En werk blijft als er mensen zijn die het werk goed uitvoeren.
“De grootste verdienste zijn de mensen zélf die het gedaan hebben. Ik stuur bij, ik geef kansen,… maar zij grijpen ze en doen hun best. Ook al is het voor hen niet vanzelfsprekend omdat zij vaak nooit de omkadering hebben of de kansen krijgen die ik heb gehad in mijn eigen leven.
En wat na de werkuren?
Thuis wacht naast zijn vriendin een levendige dierentuin. Drie honden, drie katten, een paard en minipony’s, wat geitjes, twee enthousiast fluitende kanaries, vissen in een aquarium en buiten in de vijver, een papegaai. En muziek! Veel muziek op platen. Want de liefde voor muziek die is heel uitgebreid: van Metallica tot Leonard Cohen en zelfs New Beat zit in zijn collectie van 400 platen. Waarom kiezen als je het allemaal goed vindt?
Geert is ook nog lang niet uitgekeken op de natuur. Hij houdt van wandelingen met zijn hond en ontdekt graag nog nieuwe, mooie plekken in West-Vlaanderen aan de hand van de wandelknooppunten.
"Mijn levensmotto? Blijf jezelf. En gebruik humor — daarmee geraak je zoveel verder...”
Gevraagd om te blijven
In 2025 mocht Geert met prepensioen. Hij had het recht. Hij had de jaren. Maar directrice Sofie en operationeel verantwoordelijke Ruben vroegen hem om te blijven. Veerkracht 4 kon Geert nog niet missen: zijn kennis en ervaring was nog elke dag nodig. Dus vroegen ze hem wat hij nodig had om te blijven.
Na even te hebben nagedacht had hij een antwoord op hun vraag. Hij wou blijven, niet alleen omdat dat financieel voordeliger was, maar hij wou ook zelf nog groeien en een kans krijgen. Hij vroeg meer verantwoordelijkheid om de teams van groen nog beter te ondersteunen. Planningen opmaken, opdrachten opvolgen, kwaliteitscontrole, meer verantwoordelijkheid dragen, minder op de baan, niet meer dagdagelijks zelf het groen doen, aanleg van groen mee helpen uitdenken. Niet aan de zijlijn, maar met een echt mandaat om mee te beslissen, mee te sturen.
Die kans kreeg hij: hij werd officieel gekroond tot verantwoordelijke voor de afdeling groen. En het laatste jaar voelt hij elke dag het verschil. Er is een nieuwe wind, er is meer betrokkenheid binnen de organisatie. De erkenning en waardering die hij jarenlang miste van hogerop, is er nu volop. Bevestigd in een rol met gewicht. Gehoord. Gewaardeerd. En dat doet heel wat met hem. Zijn ogen blinken.
“Ik vind het niet erg dat ik hier nog zit. Integendeel. Veerkracht 4 dat is mijn ding. De collega’s en het werk zitten allemaal heel erg in mijn hart. Ik doe het nog allemaal veel te graag. Ik zou het zo lang mogelijk willen blijven doen.
En
ja, hij wou ook één ding per se nog meemaken: de verhuis naar de nieuwe locatie
met alle afdelingen. Een nieuw hoofdstuk voor Veerkracht 4, iets wat hij zeker
niet wil missen!
Officieel blijft hij nog tot 2027. Maar eigenlijk is hij nog lang niet klaar om los te laten. En daar zijn we met heel Team Veerkracht 4 heel blij om.
Wat ik graag zou willen dat ze zeggen op mijn pensioenfeest? Dat ik iets betekend heb voor Veerkracht 4.






